Hariton Pushwagner
Tijdens expositie ‘Soft City’ in Museum Boymans van Beuningen Rotterdam, 2013
Als ik niet een stappenteller-app, maar een woordenteller had, zou het woord ‘transitie’ in de afgelopen weken hoog scoren.
Transitie van product- en dienstgericht naar een oriëntatie op wederkerige relaties. Of van professionele autonomie naar gezamenlijke verantwoordelijkheid. Of transitie van boekenbieb naar community centrum. En een heel bijzondere: transitie van gesloten gemeenschap naar op buiten gerichte exploitatie van een wijngaard, om een lange kloostertraditie voort te kunnen zetten.
Ze kwamen allemaal aan de orde en hadden allemaal de bedoeling om een beter evenwicht te bereiken en een duurzame toekomst. Omdat ik er zo vol van was hadden we het zelfs in gesprekken met vrienden over transitie, ook die in ons eigen leven. Andere, onbekende wegen inslaan waarvan je pas onderweg, stukje bij beetje, met vallen en opstaan, ontdekt waar ze toe leiden. Want dat is kenmerkend voor transitie.
Volgens Jan Rotmans*, autoriteit op het gebied van transitie en duurzaamheid, gaat het bij transitie om een fundamentele verandering naar een hoger niveau van duurzaamheid. Om onomkeerbare kantelingen van ‘systemen’, bijvoorbeeld een organisatie. Zulke kantelingen zijn het resultaat van allerlei ontwikkelingen die op elkaar inwerken zoals economie, cultuur, technologie, natuur, milieu. Dat maakt ze moeilijk te ontwerpen of plannen. Maar je kunt wel richting kiezen en initiatieven nemen die transitieprocessen bevorderen en versnellen.
Transitie is dus meer dan ‘wat je nu doet beter of efficiënter doen’. Het is ook hervormen; huidige praktijken vernieuwen en nieuwe praktijken ontwikkelen. Er zijn organisaties die flink snijden in kosten en personeel en dan alternatieven zoeken in digitale dienstverlening. Als dat een aanzet is tot transitie hoort er ook bij dat ze hun manier van denken, handelen en organiseren opnieuw bekijken. Dat ze zich afvragen hoe ze meervoudig van waarde kunnen zijn. Zowel door richting gevende thema’s te benoemen als door kleinschalige verkenningen en experimenten om thema’s vanuit de praktijk te laden. Ik heb bewondering voor organisaties die deze gecombineerde stap zetten en zich niet alleen op efficiency concentreren.
Met mijn promotieonderzoek wil ik er inzicht in krijgen wat transitie voor verschillende organisaties en hun omgeving kan betekenen. En welke leer- en organiseervermogens mensen en organisaties kunnen helpen om er goed door te komen en duurzaam waarde te creëren. Ik doe daarvoor onder andere een case study bij een bank. Een van de richting gevende thema’s is wederkerig en meervoudig waarde creëren in de dagelijkse praktijk. Niet alleen economisch, maar ook sociaal en ecologisch. Enkele medewerkers die ermee experimenteerden in gesprekken met samenwerkingspartners, ontdekten al gauw dat je dan ‘andere’ gesprekken moet voeren. Dat het tijd en aandacht vraagt om mensen en hun organisatie te leren kennen en mogelijkheden te vinden om daar aan bij te dragen. Een heel andere insteek dan een doelgericht sponsorgesprek. Maar ook voor hun gesprekspartners was het een nieuwe ervaring. Zij waren nog ingesteld op: een gesprek met de bank is een gesprek over geld. Een proces van gezamenlijke verkenning en co-creatie hielp om mogelijkheden te vinden. Van deze kleine voorbeelden heb ik er een heleboel. Ik ga ze gebruiken om in de komende blogs meer over transitieprocessen te vertellen.
*Jan Rotmans (2014). In het oog van de orkaan. Nederland in transitie. Boxtel, Aeneas, Uitgeverij van vakinformatie bv.